U19 (17-18 JAAR)

Fysieke aandachtspunten

  • Controle dynamisch toepassen: bewegingssnelheid en vermoeidheid samen introduceren: stabiliteit behouden in snelle bewegingen én onder vermoeidheid.
  • Lenigheid op peil houden samen met de krachtuitbouw: soepelheid en kracht in balans houden.
  • Effectieve krachttraining (2-3×/week) met core: hypertrofie, maximaalkracht en snelkracht:  met transfer naar de discipline (start-, klim- of sprintvermogen).
  • Plyometrie beheersen als trainingsvorm (hoogte en diepte): explosieve kracht volwaardig kunnen inzetten.
  • Uitbouw aerobe uithouding en maximale zuurstofopname (VO2max): de motor groter en efficiënter maken.
  • Uitbouw weerstandskwaliteiten via lactaatproductie en -tolerantie: leren langer te presteren bij hoge verzuring.
  • Periodiseren van variatie in beenfrequentie in de snelheidstraining: snelheidsprikkels slim spreiden over het seizoen.
  • Krachttransfer: effectieve krachttraining die je sneller doet starten en beter doet klimmen (disciplineaccent).

Trainingsrichtwaarden

Sessies: 6 tot 12 beweegsessies/week
Volume: max. 18 à 22 uur/week
Sportweken: tot 48 sportweken (schooljaar)
Sporturen: 600 tot 850 sporturen/jaar
Verdeling: +- 35% vaardigheid en 65% fysiek.

Windows Of Opportunity Weg Fysieke Leerlijn
Fysieke Leerlijn MTB
Fysieke Leerlijn MTB Volume Per Leeftijd

Voor de renner: wat je doet en voelt

Je traint nu echt gericht en gespecialiseerd: effectieve krachttraining (maximaalkracht en snelkracht) met transfer naar je discipline, beheerste plyometrie, en trainen op je VO2max en weerstand (lactaatproductie en -tolerantie). Je leert je controle dynamisch toepassen, ook bij snelheid en vermoeidheid.

Hoe je het opbouwt: voor de trainer

Voer effectieve krachttraining (2-3×/week) in met als doel hypertrofie, maximaalkracht en snelkracht, met expliciete transfer naar de discipline (start-, klim- of sprintvermogen). Bouw VO2max en weerstandskwaliteiten (lactaatproductie en -tolerantie) gericht op. Periodiseer de beenfrequentievariatie in de snelheidstraining.
Het accent verschuift duidelijk richting fysieke ontwikkeling (zie de richtwaarden); de vaardigheid situeert zich vooral nog op specifieke techniek voor discipline. Werk geperiodiseerd en individueel.

De rol van de ouder

De renner is grotendeels zelfstandig en wordt professioneel begeleid. Blijf een stabiele, steunende achtergrond en help waken over herstel, leefstijl en de balans met studie of werk.