U6 (4-5 jaar)

U6 is geen trainingsfase maar een gewenningsfase, en op deze leeftijd is er meestal nog geen clubtrainer. De ouder speelt hier de hoofdrol: het kind ontdekt de fiets, leert er de baas over worden en leert er vooral van houden.

Kernpunten U6

Behendigheid

  • Kunnen fietsen op een tweewieler (zonder steunwieltjes)
  • Zelfstandig vertrekken en stoppen
  • Evenwicht houden, sturen en rustig rondrijden

Techniek

  • Spelenderwijs en positief kennismaken met de fiets
  • Korte, leuke fietsritjes maken (naar het speeltuintje, een ijsje halen,...)

Wat je leert en oefent: voor de renner

Op deze leeftijd draait alles om één ding: graag op de fiets zitten. Je leert fietsen op twee wielen, zelf vertrekken en stoppen, en rustig rondrijden zonder te vallen. Slalommen, smalle strookjes of balken komen later. Nu telt vooral het plezier.

Maak veel kleine, leuke ritjes, het liefst samen met papa, mama, broer, zus of vriendjes. Hoe meer je fietst omdat het leuk is, hoe beter je vanzelf wordt.

De rol van de ouder

Jouw rol is hier de grootste en de leukste (en ook de meest bepalende). Op deze leeftijd is er nog geen trainer in beeld; jij begeleidt het leren fietsen. Dat hoeft niet technisch te zijn: hou het speels en kort, met veel succeservaringen en zonder te verbeteren.

Dompel je kind onder in fijne fietservaringen: maak kleine verplaatsingen naar leuke bestemmingen (het speeltuintje, een ijsje halen, een ritje met vriendjes). Laat je kind daarnaast véél en gevarieerd bewegen (lopen, springen, klimmen, andere sporten); die brede motorische basis is nu belangrijker dan eender welke fietstechniek. Stel niet te vroeg technische eisen (slalom, smalle strookjes). Vaardigheid komt vanzelf met kilometers en plezier. Een loopfiets of vroeg de steunwieltjes weglaten helpt het evenwicht.

Besef dat jij de primaire voorbeeldrol speelt. Een kind neemt fietsen pas op in zijn dagelijkse gewoonten als het dat thuis ziet: gebruik de fiets zélf voor kleine verplaatsingen, ga samen fietsen, maak het de normaalste zaak van de wereld. Als er thuis niet (voor kleine ritjes) gefietst wordt, neemt het kind het ook niet vanzelf mee in zijn dagelijks patroon.

Ook de bredere sportieve attitude (bewegen omdat het leuk en gezond is) groeit in de eerste plaats vanuit jouw voorbeeld. Jouw gewoontes worden die van je kind. Zorg verder voor een passende, veilige fiets en een helm, kies autovrije plekjes, en leg geen druk op de uitvoering.

U8 (6-7 jaar)

Kernpunten U8

Behendigheid

  • Slalom tussen kegels en in een lijnvormige groep rijden
  • Basislijn van een bocht kunnen uitvoeren
  • Traag fietsen over een smalle strook (30 cm)
  • Tot stilstand komen en terug vertrekken met de rem
  • Gevarieerde slalomopdrachten
  • Aanzet tot uit het zadel fietsen
  • Achter en langs elkaar leren rijden
  • Variatie in beenfrequentie via korte inspanningen
  • Zelf de basislijn van een bocht inschatten
  • Stoppen met voor- én achterrem en na 3 sec terug vertrekken
  • Met één hand rijden (links en rechts)
  • Voorwiel van de grond leren krijgen

Techniek

  • Alle voorgaande technieken uit vorige fase +
  • Bochtenlijnen zelf leren inschatten en rijden
  • Leren schakelen en remmen
  • Springen over kleine obstakels of putjes
  • Opstart valtechnieken zonder fiets

Wat je leert en oefent: voor de renner

Je breidt je trucjes uit: met één hand rijden (zodat je later kan drinken of een teken geven), je voorwiel optillen, over een putje wippen, en netjes achter en naast een ander rijden zonder te slingeren. Je leert zélf inschatten welke lijn je door een bocht rijdt.

Durf fouten maken, dat hoort bij leren. Vraag je trainer om je af en toe te filmen, zo zie je zelf wat beter kan.

De rol van de ouder

Op deze leeftijd is er meestal nog geen clubtrainer: jij begeleidt het oefenen. Dat hoeft niet technisch te zijn. Geef je kind veel ruimte om op een veilige, autovrije plek te oefenen en moedig aan zonder op de uitvoering te sturen.

Laat spelenderwijs nieuwe dingen proberen: met één hand sturen (zo leert het later drinken of een teken geven), over een putje wippen, samen in een groepje rijden, schakelen en met beide remmen stoppen. Fouten maken is oké, daar leert een kind van.

Blijf vooral zelf het goede voorbeeld geven: gebruik de fiets voor kleine verplaatsingen en maak er leuke, gezamenlijke momenten van. Bewaak mee de verkeersveiligheid en hou de fiets in orde. Jouw fietsgewoontes worden die van je kind.